In de rubriek De Robijnen Bef spreekt het ABB advocaten die veertig jaar in het vak zitten. Hoe kijken zij terug op hun carrière? Deze maand is het woord aan Michiel Hoppenbrouwers, werkzaam bij Van der Meij Advocaten: “Nu stoppen betekent dat ik de kennis die ik hier heb opgedaan zou weggooien. Dat ben ik niet van plan!”

Waarom heeft u destijds voor de advocatuur gekozen?

Michiel Hoppenbrouwers (foto: Joep van Drunen).

“Ik ben destijds rechten gaan studeren omdat ik eigenlijk niet goed wist wat ik wilde doen. Ik vond de rechtenstudie nogal saai. Daarom heb ik een uitstapje gemaakt en ben ik de vakken massacommunicatie en public relations gaan volgen. Tegen het einde van mijn studie heb ik een aantal weken stage gelopen bij een publicrelationskantoor in Den Haag. Dat was het toch niet helemaal. Via een vriend uit mijn toenmalige tennisteam kreeg ik ook de mogelijkheid om stage te lopen bij een advocatenkantoor in Amsterdam. In tegenstelling tot de theoretische studie bleek het advocatenvak juist erg praktisch. Dat sprak mij enorm aan. Het kantoor heeft mij vervolgens als stagiair aangenomen.”

Welke zaak is u het meest bijgebleven?

“In de tijd dat ik begon werd je opgeleid in de algemene praktijk. Het was de bedoeling dat je in aanraking kwam met verschillende rechtsgebieden. Ik heb arbeids-, huur-, familie-, straf-, verzekeringszaken, faillissementen en incasso’s gedaan en zelfs een zaak over de schade aan een lading graan die op een boot van Rotterdam naar Bergen op Zoom werd vervoerd. Inmiddels is dit ondenkbaar. In de loop der jaren ben ik mij steeds meer gaan bezighouden met jeugdrecht. Ik vind het mooi om in de rechtszaal een stem aan het kind te geven. De zaken waarin ik als advocaat of bijzondere curator te maken heb gehad met kwetsbare kinderen (onder andere de ‘rauwkost-jongen’, de ‘vuilcontainer-baby’ en het ‘katatoon-meisje’) zullen mij het meest bijblijven.”

Van wie, of van welke zaak heeft u het meest geleerd?

“Op mijn eerste kantoor was veel aandacht voor de techniek van het vak. Bijvoorbeeld: hoe stel je een dagvaarding of verzoekschrift op, hoe schrijf je een brief of hoe procedeer je? Daar heb ik veel van geleerd. Maar het kantoor was nogal hiërarchisch georganiseerd en daar voelde ik mij minder prettig bij. Vervolgens ben ik overgestapt naar het kantoor waaraan ik nu al heel lang verbonden ben. Daar was de sfeer veel ‘losser’ en dat sprak mij enorm aan. Ik heb veel geleerd van mijn toenmalige kantoorgenoot Frank van der Meij. Hij was meester in de tactische kant van het vak. Daarnaast zijn de ontspannen manier waarop hij zijn zaken deed en met zijn cliënten omging voor mij altijd een voorbeeld geweest.”

Wat is de belangrijkste verandering geweest in de tijd dat u advocaat bent?

“Er is veel veranderd in de advocatuur in vergelijking met de tijd dat ik begon. Destijds schreef ik mijn brieven of processtukken uit op papier en dicteerde ik de geschreven tekst in op een bandje. De secretaresse typte een concept uit. Dat werd door mij nagekeken, waarna de secretaresse het definitieve stuk uittypte. Nadat ik het had getekend werd het per post verzonden. Er verschenen losbladige uitgaven op de diverse rechtsgebieden. Deze moesten worden bijgewerkt met supplementen die regelmatig verschenen. Als je buiten Amsterdam wilde procederen had je een procureur nodig waar je je stukken per post naartoe stuurde. Van de procureur vernam je vervolgens per post wat er in de procedure gebeurde. Omdat het eerste kantoor waar ik werkte nogal wat zaken met het buitenland deed, stond er een telex op kantoor. De computer bestond nog niet en er werd gewerkt met een elektrische typemachine met een geheugen van twee pagina’s A4. Op enig moment werd er een fax aangeschaft. De faxen kwamen binnen op zogeheten thermisch papier. Na een aantal weken was de tekst van de fax niet meer te lezen. Als iemand nu denkt dat ik in het stenen tijdperk ben begonnen: dat klopt! De veranderingen gaan door en ik ben nieuwsgierig wat AI voor ons vak zal betekenen.”

Vindt u dat de overheid voldoende rekening houdt met het vak van advocaat?

“Ik vind dat de overheid veel te lang onvoldoende rekening heeft gehouden met de sociale advocatuur. Met name de toevoegingsvergoedingen zijn te lang te laag gebleven, waardoor het moeilijk was om de praktijk draaiende te houden. Ik denk dat de terugloop binnen de sociale advocatuur waar we nu mee te maken hebben hier mede een gevolg van is. Gelukkig is de beloning van het werk van sociale advocaten door het werk van de Commissie Van der Meer verbeterd. Het is belangrijk dat er voldoende advocaten zijn voor mensen met beperkte inkomens. Ook zij moeten worden geholpen. Verder vind ik dat er vanuit de overheid en de Orde in de loop der jaren steeds meer regels zijn bijgekomen waaraan wij als advocaten moeten voldoen. Of die regels allemaal even terecht zijn is de vraag.”

Wat vindt u het leukst aan uw vak? Indien u het allemaal overnieuw zou mogen doen, zou u dan een ander beroep hebben gekozen?

“Het jeugdrecht en het personen- en familierecht hebben veel verschillende aspecten en zijn hierdoor erg afwisselend. Dat maakt dat je telkens wordt geconfronteerd met andere problemen waarover je moet nadenken. Dat vraagt scherpte. Die verschillende kanten aan familiezaken werken bovendien vaak op elkaar in, dat kan het gecompliceerd maken en uitdagend. Ik kan verder genieten van het debat dat je in zaken kunt voeren. Je kunt als advocaat voor de mensen die je bijstaat met jou expertise het verschil maken. Het vak biedt ook de mogelijkheid om met twee benen in de maatschappij te staan. Dat vind ik prettig. Daarnaast vind ik dat ik erg leuke kantoorgenoten heb. Daarvan kunnen er enkele ook erg goed koken, wat betekent dat er minimaal éénmaal per jaar een fantastisch diner wordt georganiseerd. Ik denk niet dat ik een ander beroep zou kiezen als ik opnieuw zou moeten beginnen.”

Zijn er nog dingen aan het vak die u niet zult missen?

“Ik vind het vak nu nog veel te leuk om te stoppen. Met een van mijn kantoorgenoten ben ik een aantal jaren geleden begonnen aan de specialisatie opleiding familierecht van de vFAS. Deze heb ik vorig jaar voor een belangrijk deel afgerond. Nu stoppen betekent dat ik de kennis die ik hier heb opgedaan als het ware zou weggooien. Dat ben ik niet van plan. Ik probeer wel mijn energie wat anders te verdelen door niet meer vijf dagen te werken. Wat de ideale leeftijd om te stoppen is weet ik (nog) niet.”

Heeft u nog tips voor (jonge) advocaten?

“De kernwaarden van de advocatuur zijn onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Het is belangrijk om deze hoog te houden en na te leven. Probeer verder voor ogen te houden dat je als advocaat dominus litis (meester van het proces, red.) bent. Ik vergelijk de zaken die ik doe wel eens met een schip dat naar de haven moet worden gevaren. Als het schip afgemeerd aan de kade ligt, is de zaak klaar. Als advocaat ben je ‘kapitein op het schip’. Je kunt niet varen zonder de hulp van je cliënt maar jij bepaalt de koers naar de haven.”