Interview landelijk duodeken Sanne van Oers en Jeroen Soeteman

Op het bureau van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) in Den Haag sprak het ABB met algemeen deken Sanne van Oers (‘SvO’) en Jeroen Soeteman (‘JS’) over de ontwikkelingen in de advocatuur en de rechtsstaat. En over de vraag hoe zij het dekenaat combineren met de praktijk van respectievelijk sociaal advocaat en strafrechtadvocaat.

Tekst: Diederik Palstra en Nick van den Hoek

Voor het eerst twee ‘algemeen dekens’, naar Amsterdams model?

JS: “De inspiratie voor het duodekenaat komt inderdaad uit Amsterdam. Landelijk is het een primeur, in geen enkel ander land wordt dit gedaan. Bij internationale congressen krijgen we er ook veel positieve reacties en vragen over. Maar het is ook een praktische wens, omdat wij beiden nog schoolgaande kinderen hebben en je niet elk weekend en elke avond aan het werk wil zijn. Zeker als je het wil combineren met een praktijk. Daarbij is strafrecht moeilijk te plannen. Je wordt vaak pas ingeschakeld als er iemand wordt aangehouden.”

SvO: “Jeugdrecht is wat dat betreft hetzelfde als strafrecht. Een nieuwe uithuisplaatsing in een lopend dossier doe ik ook graag zelf. Het is goed om met het vak bezig te blijven, maar gelukkig zijn er altijd kantoorgenoten die kunnen bijspringen. Wij vinden het allebei belangrijk om feeling met de praktijk te houden. Het was bijvoorbeeld heel fijn om laatst weer in toga in de rechtbank te zijn.”

JS: “Feeling met de praktijk houden is ook belangrijk als deken. Strafrechtadvocaten zijn vaak op de rechtbank en als ik daar ben kom ik veel bekenden tegen. Zo hoor je wat er speelt. Wat bij de NOvA op tafel komt, komt grotendeels bij de advocatuur vandaan. Dus je moet veel advocaten spreken. Je hoort de zorgen van de advocaten en zo wordt de afstand tussen bestuur en praktijk kleiner. Die geluiden die we in de praktijk horen, gebruiken we in de besluitvorming.”

Jeroen Soeteman en Sanne van Oers: “Onze inbreng is altijd gebaseerd op het belang van de rechtzoekende. Het is in hun belang dat de advocatuur goed functioneert.”

Hoe hebben jullie de taken verdeeld en hoeveel tijd kost het dekenaat?

JS: “De formele taken zijn tussen ons verdeeld. Zo is Sanne voorzitter van het College van Toezicht en ik ben voorzitter van het College van Afgevaardigden. Naar externe bijeenkomsten gaan we soms samen en soms gaat één van ons. Bijna elke ochtend overleggen we telefonisch wat er op het programma staat en wie wat oppakt.”

SvO: “Een speerpunt van ons dekenaat is de rol van de advocatuur in de democratische rechtsstaat. Jeroen richt zich op verschoningsrecht en vertrouwelijkheid en ik richt me op de toegang tot het recht. Vier dagen in de week vervullen we taken die voortvloeien uit het dekenaat en een dag per week werkt ieder in zijn eigen praktijk als advocaat.”

Is de NOvA een belangenorganisatie voor de advocatuur of staan jullie voor het algemeen belang?

SvO: “De NOvA is een PBO, een publiekrechtelijke beroepsorganisatie. Wij zijn de vertegenwoordiger van de advocatuur en we hebben een publieke functie. Maar de NOvA komt niet namens 19.000 advocaten vertellen wat wij van iets vinden. Onze inbreng is altijd gebaseerd op het belang van de rechtzoekende. Het is in hun belang dat de advocatuur goed functioneert.”

Staatssecretaris Struycken van Justitie & Veiligheid heeft eind vorig jaar voorstellen gedaan tot verbetering van de toegang tot het recht, wat vinden jullie van deze voorstellen?

SvO: “Toegang tot het recht is al jaren een enorme zorg. Uitgangspunt zou moeten zijn dat het voor sociaal advocaten mogelijk is om een inkomen te vergaren dat gelijk is aan schaal 12, trede 10 van de CAO voor Rijksambtenaren. Ik ben heel benieuwd naar de uitkomsten van het onderzoek van de nieuwe Commissie Van der Meer, die door toenmalig minister Weerwind is ingesteld. Begin maart wordt het rapport verwacht. Als daar uitkomt dat er geld bij moet, kan het weer lastig worden net als de vorige keer, want er is nog geen geld voor gereserveerd in de Rijksbegroting.

Er is een groot tekort aan sociaal advocaten in bepaalde regio’s en rechtsgebieden. Er zijn heel weinig jonge advocaten ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand. De uitstroom onder jonge advocaten is groot, relatief gezien. De NOvA is daarom een project gestart om de aandacht voor de sociale advocatuur onder rechtenstudenten te vergroten en om te vertellen hoe mooi dit vak is.

Ook is er een project van de NOvA over het sociaal advocatenkantoor van de toekomst en het duurzaam kantoormodel dat daarbij past. Er is sprake van een grote versnippering van sociaal advocaten. Daardoor zijn er nu veel kleine kantoren of eenmanspraktijken. Deze sociaal advocaten hebben namelijk vaak afscheid moeten nemen van hun kantoor en secretariële ondersteuning omdat de kosten niet meer op te brengen waren. Zij werken dan nu vanuit huis. Maar juist samenwerkingsverbanden tussen sociaal advocaten bieden kansen voor jonge advocaten. Er zijn nu te weinig vacatures in de sociale advocatuur en dat kan en moet anders. Advocaten die in hun eentje werken nemen geen advocaat-stagiair aan omdat ze daar de financiële middelen en de tijd niet voor hebben. Daarvoor is er eerst een rechtvaardige vergoeding nodig.”

Struycken wil dat de advocatuur ook zelf de handschoen oppakt, welke ideeën hebben jullie daarbij?

SvO: “Grondwettelijk gezien is de overheid verantwoordelijk voor de toegang tot het recht. Daar hoort een adequate financiering bij. Je kunt die verantwoordelijkheid van de overheid niet afschuiven op de sociaal advocaten en zeggen dat ze ook betalende cliënten moeten aannemen. Het begint bij de verantwoordelijkheid van de overheid. Daarnaast is het vak van sociaal advocaat specialistisch werk. Dus het moet mogelijk zijn om je alleen hier mee bezig te houden, want specialistische kennis en vaardigheden zijn belangrijk om kwaliteit te kunnen leveren. Bijna veertig procent van de Nederlanders komt in aanmerking voor een toevoeging, maar ook net daarboven zit een groep die commerciële rechtshulp niet kan betalen. Je kunt dan geen toevoeging aanvragen, maar dan spreek je een betalingsregeling af. Zo doen we dat in de sociale advocatuur. Daarnaast is de hoogte van de financiële bijdrage aan de NOvA voor advocaten dit jaar voor het eerst met meerdere categorieën afhankelijk gemaakt van het inkomen van de advocaat. Amsterdam had dit al, maar dit geldt nu ook voor het landelijk bureau. Sociaal advocaten gaan daardoor een stuk minder betalen dan advocaten met een commerciële praktijk. Op deze manier dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten.”

Er liggen plannen om mee te kijken bij gesprekken tussen advocaten en hun cliënt in de EBI, hoe verhoudt zich dit tot het verschoningsrecht?

JS: “Laat ik vooropstellen dat een gesprek tussen een cliënt en een advocaat vertrouwelijk hoort te zijn. Dit staat onder druk hebben we gemerkt, vooral in het strafrecht. In bepaalde gevangenissen kunnen advocaten straks niet meer vrijuit spreken met hun cliënt omdat de overheid bang is dat de advocaat, al of niet gedwongen, een verlengstuk wordt van zijn cliënt. Die voorgestelde regeling gaat over de EBI en de afdelingen Intensief Toezicht. De overheid kan daar straks, als de plannen worden doorgezet, met een video meekijken tijdens gesprekken tussen advocaat en cliënt. Je zegt ook niet ‘we willen geen vechtpartijen meer op straat, dus we hangen op elke straathoek een camera’. Er zijn grenzen. Er was zelfs voorgesteld om elk gesprek in de EBI visueel en auditief op te nemen, waarna die video’s zouden worden bewaard en het OM mee zou kunnen kijken én luisteren. Dit heeft een enorm chilling effect, want de verdachte kan dan niet meer vrijuit spreken. De Raad van State heeft negatief geadviseerd op dit initiële voorstel omdat het in strijd is met de Grondwet, het Europese recht en het EVRM. Het voorstel is daarom teruggebracht van audiovisueel meeluisteren en -kijken naar louter visueel meekijken, maar ook dat kan een probleem zijn. Dit meekijken kan volgens ons alleen na een individuele beoordeling voor een specifieke gedetineerde en niet als generieke maatregel die automatisch voor alle gedetineerden geldt. Er moet dus telkens een individuele toets zijn. En het moet dan wat ons betreft ook mogelijk zijn om een rechtsmiddel in te stellen tegen het inzetten van deze methode. Je mag het verschoningsrecht niet zo breed schenden als nu wordt voorgesteld, want dan slaat de balans te veel door ten koste van de rechtsstaat.”

Bij de invoering van de Advocatenwet is een zesde kernwaarde in het wetgevingsproces gesneuveld, te weten: ‘de publieke verantwoordelijkheid voor de goede rechtsbedeling’. Zou het invoeren van een dergelijke kernwaarde de rechtsstaat ondersteunen?

JS: “Handelen in het publieke belang kan zich slecht verhouden tot de kernwaarde partijdigheid. Het is immers niet mogelijk om het publieke belang mee te moeten nemen in de verdediging van je cliënt. Je kunt je wijze van verdediging van een cliënt er niet vanaf laten hangen of het publieke belang gediend is met de uitkomst van die zaak.”

Sommige advocaten willen alleen nog zaken aannemen die zij moreel verantwoord vinden. Wat vinden jullie daarvan?

JS: “Als advocaat verdedig je niet de persoon van je cliënt. Het gaat om het verdedigen van de rechten van die persoon. En wat de belofte betreft, ‘wat ik geloof rechtvaardig te zijn’ houdt in dat iedere cliënt recht heeft op die rechten en een advocaat die deze rechten verdedigt. Ik vind het heel belangrijk dat iedereen die in een potentieel geschil komt, het recht heeft op bijstand en advies. Dat wil niet zeggen dat je een zaak niet mag weigeren, dat staat iedere advocaat vrij.”

Zijn er momenteel in de politiek ontwikkelingen die in strijd zijn met de rechtsstatelijke gedachte?

JS: “De rechtsstaat komt in gevaar als plannen met stoom en kokend water door de Kamer worden geloodst. We zagen bijvoorbeeld een hele korte reactietijd voor de NOvA om te reageren op bepaalde wetsvoorstellen. Een week, waar vier weken gebruikelijk is, is gewoon veel te kort voor een goed advies. Bovendien was het wetsvoorstel ook nog vertrouwelijk. Deze bezwaren hebben we ook naar buiten gebracht. En de Raad voor de rechtspraak en de Raad van State lieten een vergelijkbaar geluid horen.”

SvO: “We hebben een onafhankelijke commissie het regeerprogramma laten beoordelen op rechtsstatelijkheid. Daaruit bleek dat negen onderdelen in strijd waren met beginselen van de rechtsstaat. Internationaal bleek er veel interesse te zijn om ook zo’n commissie in te stellen.”

Een advocaat contant betalen is alleen toegestaan in uitzonderlijke omstandigheden. Daardoor is het moeilijker voor mensen zonder bankrekening om toegang tot het recht te krijgen.

JS: “Daarvoor geldt een uitzonderingsgrond en in geval van twijfel kun je altijd met de deken bellen. De NOvA voert op dit moment een campagne om regels voor contante betalingen aan advocaten bij de beroepsgroep onder de aandacht te brengen. Giraal is de norm, maar de toegang tot het recht moet mogelijk zijn. Daarnaast is ook niet elke girale betaling betrouwbaar, dat heeft ook niet iedere advocaat scherp op het netvlies en daar gaan we ook meer aandacht aan besteden.”

Zijn cryptobetalingen ook mogelijk?

JS: “We zijn ook aan het kijken naar cryptobetalingen. Sommige cryptobetalingen zijn heel goed herleidbaar. Maar voor nu geldt dat girale betalingen de norm zijn.”

In het advocatentuchtrecht ontbreken concrete standaarden voor de vakinhoudelijke kwaliteit van de dienstverlening, terwijl de tuchtrechter die wel toetst bij de beoordeling van tuchtklachten. Zijn jullie het eens met de kritiek dat de beroepsgroep heeft nagelaten om hiervoor standaarden te ontwikkelen en wat staat er wat dit betreft op de planning?

JS en SvO: “De algemene raad heeft een verantwoordelijkheid die voortvloeit uit zijn wettelijke taak om de kwaliteit van de advocatuur te bevorderen. Daarom overwegen we om te onderzoeken op welke wijze, in verhouding tot de reeds bestaande normen in de Voda en de gedragsregels, kwaliteitsstandaarden voor de advocatuur zouden kunnen worden vastgesteld. Je merkt dat ik voorzichtig ben in mijn formulering, omdat het nog overwegingen van de algemene raad zijn, maar het geeft wel aan dat wij er aandacht voor hebben. Het vergt in elk geval een zorgvuldig afwegingsproces.”

Wat zijn de ontwikkelingen rond de voorgestelde Onafhankelijk Toezichthouder Advocatuur (OTA) en betekent dit een lastenverzwaring voor de advocatuur?

JS en SvO:De Tweede Kamer heeft afgelopen zomer een motie aangenomen van VVD-Tweede Kamerlid Ulysse Ellian, waarin wordt voorgesteld om het toezicht op de advocatuur en de klachtbehandeling beide onder te brengen bij de OTA. In het voorstel van minister Weerwind zou de klachtbehandeling een taak van de lokale deken blijven. Als deze motie realiteit wordt dan zou dat een hele grote herinrichting van het Ordelandschap zijn. Toezicht én klachtbehandeling worden dan ondergebracht bij de OTA en daarmee wordt de rol van de lokale deken totaal anders. De NOvA heeft recent onderzoeksbureau Pro Facto opdracht gegeven om onderzoek te doen naar het klacht- en tuchtrecht en het toezicht op de advocatuur. De advocatuur betaalt het toezicht en klachtbehandeling nu en in de toekomst zelf, maar met de komst van de OTA komt er dus een factuur bij.”